Moestuin het Buitenhof Veenendaal-oost

Tips & Tricks

Bemesting

Nadat de moestuin is ingericht, worden de teeltbedden bemest. Houd er daarbij rekening mee dat de vitaalste groenten worden verbouwd op grond die de voedingsstoffen heel geleidelijk afgeeft. Deze ideale situatie kan worden bereikt door geen kunstmest, maar organische meststoffen te gebruiken; oude stalmest en/of compost. Hebt u twijfels over de kwaliteit van de bodem, meng dan een handje compost of potgrond door het plantgat. Maar meestal zal de gewone grond in de tuin voldoende vruchtbaar zijn om mee te beginnen.
Er moet een plaatsje komen voor de compost- en mesthoop. De compost- en mestplaats kan het beste worden aangelegd aan het eind van het hoofdpad. Houd er rekening mee dat tuinafval en verse stalmest het beste verteren op een beschut en beschaduwd plaatsje. Plant daarom op of bij de compostplaats een boom, haag of enkele struiken aan.

Grondbewerking

Moestuinieren lukt alleen op grond die mooi los is. Zware grond, bijvoorbeeld klei, kunt u in goede conditie brengen door te spitten. Doe dit bij voorkeur in het najaar. De kluiten die bij deze grondbewerking ontstaan, zullen dan bij vorst in de winter uiteen vallen.
Op redelijk losse grond, bijvoorbeeld zand en veen, is het beter om een zogenaamde 'niet-kerende' grondbewerking uit te voeren met bijvoorbeeld de riek, cultivator of grelinette. Omdat hierbij de grondlagen niet worden omgekeerd, blijft de voedzamere bovengrond bovenop liggen en daar profiteren straks de groenten van.
Een bijkomend voordeel van een niet-kerende grondbewerking is dat er in het voorjaar minder onkruiden zullen kiemen. De meeste tuinonkruiden behoren immers tot de groep van de 'verstoringsplanten', allemaal soorten die massaal kiemen na een ingrijpende grondbewerking als spitten.

Hagen aanplanten

Omdat verreweg de meeste groenten van warmte houden, moet de moestuin op een zonnig en beschut plaatsje worden aangelegd. Mocht de nodige beschutting ontbreken, dan kan er aan de winderige west- en noordzijde van het perceel een haag worden aangeplant. Kies voor een haag die ook in het vroege voorjaar beschutting geeft, bijvoorbeeld een groenblijvende haag of een beukenhaag.

Het is een oud gebruik om de moestuin helemaal te omhagen, maar dat is niet verstandig. Wie ook aan de zuidzijde een groene windkering aanplant, zet daarmee een deel van de groenten in de schaduw. En een haag aan de oostzijde van de tuin vergroot de kans op vorstschade in het vroege voorjaar.

Hagen keren niet alleen de wind, ze verkleinen ook de kans op plagen. Veel van de dieren die in en onder de struiken dekking vinden (bijv. vogels, insecten, padden en egels) bejagen namelijk de belagers van de groenten.

Paden

Omdat groenten een intensieve verzorging vragen, moet voor een praktisch ontwerp worden gekozen. In zo'n tuin tref je altijd een hoofdpad aan. Dat loopt over de hele lengte van de tuin en is breed genoeg, minimaal zeventig centimeter, om met een kruiwagen te worden bereden. Dit pad kan door het midden van de tuin lopen, maar er is ook veel voor te zeggen om het aan de zijkant langs een haag aan te leggen. Een haag onttrekt namelijk veel voedsel en water aan de grond, zodat de aangrenzende strook minder geschikt is voor de teelt van groenten.
Loodrecht op het hoofdpad komen de zijpaden. Deze zijn minimaal 30 cm breed en lopen over de hele breedte van de tuin. Tussen de zijpaden worden de teeltbedden aangelegd. Omdat groenten slecht groeien op aangetrapte grond, moet u ervoor zorgen dat deze bedden tijdens het tuinieren niet betreden hoeven te worden.
Zorg er ook voor dat de lengte-as van de teeltbedden van noord naar zuid loopt. De groenten die in rijen over de hele lengte van de bedden worden geteeld, kunnen dan optimaal van het zonlicht profiteren.

Plantjes in de volle grond

Geeft de plantjes voldoende ruimte zodat ze uit kunnen groeien. Veel beginners zetten de planten te dicht bij elkaar omdat het nog moeilijk voor te stellen is hoe groot ze uiteindelijk gaan worden.
Radijs en pluksla zijn ideaal om wat ervaring met gezaaide gewassen te krijgen. Maak voor het zaaien de bovengrond zo fijn mogelijk (zaaibed). Bedek het zaad met 0,5 cm aarde en geef meteen water. Doe dat voorzichtig, zodat het zaad niet met de aarde wegspoelt.
Beschikken we over veel ruimte maar weinig tijd, dan kunnen gewassen gekozen worden die de grond snel bedekken en weinig arbeidsintensief zijn (aardappelen, courgettes, pompoenen).

Plantenkeuze

Pas de gewaskeuze aan aan uw ervaringsniveau. Gemakkelijk om mee te beginnen zijn bijvoorbeeld sla-of andijvieplantjes, radijs, lage sperziebonen(prelude, cordoba), courgettes (deze hebben wel veel ruimte nodig). Wacht met tomaat, komkommer, koolsoorten, paprika, aubergine en dergelijke tot u wat meer ervaring hebt opgedaan.

Meer Vruchten

Takken van fruitbomen groeien naar het licht. Maar aan verticaal groeiende takken komt minder vruchthout dan aan takken die horizontaal groeien. Door een opgaande tak met zijtakken wat naar beneden te buigen, wordt de sapstroom afgeremd. Zo krijg je meer vruchtvorming. Je kunt een tak met een touw naar beneden trekken en vastzeggen. Of je hangt een gewicht aan de tak. De maanden juni en juli zijn goede maanden om takken af te buigen. Na een maand is de stand van de tak blijvend en kun je de touwen en gewichten weer weghalen.

Water geven

Houd er rekening mee dat in hete periodes extra water moet worden gegeven om de groei er goed in te houden. Controleer of de bodem ook op 10-20 cm diepte nog vochtig is. Vaak lijkt het na een zomerbuitje weer in orde te zijn maar blijkt de bodem maar oppervlakkig bevochtigd te zijn. Geef gekochte plantjes ruim water bij het planten, zorg er bij het zaaien voor dat het zaad de eerste dagen niet uitdroogt. Als de zaden eenmaal ontkiemd zijn en een worteltje hebben, is de kans op uitdroging veel minder.